Ga naar de inhoud

Hoarding bij cliënten: ‘Opruimen is een ingewikkelde activiteit’

Chantal zit op een bankje in het park met gele bloemen op de voorgrond

Chantal

De voordeur gaat nauwelijks open en de bank is onzichtbaar onder de spullen. Ergotherapeut Chantal Delis helpt mensen met verzamelproblematiek. ‘Het gaat om het doel: de droom om aan de eettafel weer een spelletje met een vriend te kunnen doen.’

Waarom is opruimen voor sommige mensen zo ontzettend lastig?

‘Opruimen is een ingewikkelde activiteit. Je moet een systeem creëren dat werkt voor jou. Denk aan je kledingkast: leg je je broeken bij elkaar of sorteer je op kleur? Je kunt je kleren op verschillende manieren opvouwen of ophangen. Zo zijn er wel 100 opties. Mensen met verzamelproblematiek hebben vaak een verminderde hersenactiviteit in de frontale kwab. Daar zitten je planning, organisatie en overzicht. Opruimen kan daarom erg moeilijk zijn.’

‘Bovendien speelt je ‘interne coach’ een rol. Heb jij een blije cheerleader in je hoofd die zegt wat je moet doen? Of zegt jouw zelfcoach: “Geen zin in, dat kan morgen ook wel”? Bij deze doelgroep ontbreken die kaders vaak. Dat cognitieve stuk wordt in de psychiatrie nog weleens onderbelicht.’

Wanneer wordt verzamelen een probleem?

‘Het wordt problematisch als de ruimtes niet meer te gebruiken zijn waarvoor ze zijn bedoeld. Ik kwam eens bij een cliënt met redelijk nette stapels in zijn kamer. Na een half jaar opruimen ontdekten we dat er een bank onder stond! Het duurde daarna nog 2 jaar voordat de bank helemaal vrij was, zodat we erop konden zitten. Trajecten als deze kosten veel tijd; het duurt zeker 2 tot 3 jaar voor je resultaat boekt.’

Waar begin je?

‘Als iemand gemotiveerd is om zijn spullen op te ruimen, start ik met geduld en het kweken van vertrouwen. We maken een analyse: waar komt de verzamelwoede vandaan? Het is vaak een combinatie van meerdere redenen waarom mensen verzamelen. Hoe zit iemand cognitief in elkaar? Hebben de spullen een nostalgische waarde of is iemand er gehecht aan? Vaak komt de hulpvraag pas als iemand geen stoel meer heeft voor bezoek, of als de buurman gaat klagen.’

‘Als de cliënt niet gemotiveerd is, kom je in een spanningsveld terecht. Hoe ver gaat je bemoeienis? De woning moet minimaal veilig zijn. Soms betrekken we de veiligheidsexpert van Lister erbij. Hij controleert of de vluchtweg breed genoeg is en of er geen brandgevaarlijke situaties zijn met stekkers of apparaten. Hij geeft advies hoe het beter kan. Dat kan een prikkel zijn voor de cliënt om aan de slag te gaan. Heel soms helpt een bezoek van de brandweer om voorlichting te geven.’

Veiligheidsexpert Frank de Bont: ‘Op verzoek van een locatie bezoeken Freerk en ik regelmatig kamers of woningen van een cliënt om te bekijken in hoeverre (brand)veiligheid in het geding is. Vaak is de aanleiding dat een cliënt veel spullen in de kamer heeft en vluchtwegen mogelijk geblokkeerd zijn, of dat er veel brandbare stof aanwezig is.

Voor de begeleiding kan het helpend zijn als een vreemde hiernaar kijkt en advies uitbrengt over de situatie, de mogelijke risico’s en oplossingen. De blik van een vreemde wil nog weleens helpen om de cliënt in beweging te krijgen, en verstoort het goede contact tussen begeleider en cliënt niet.

De ervaring van Freerk als brandweerman legt soms extra gewicht in de schaal en ook dat is helpend. Belangrijk is dat bij een bezoek ook een begeleider aanwezig is, enerzijds omdat dat voor de cliënt prettig is, maar ook om het onderwerp terug te laten komen in begeleidingsgesprekken.’

Welke hulpmiddelen gebruik je bij het opruimen?

‘Ik werk met een plattegrond. Samen met de cliënt verdelen we het huis in zones. De cliënt kiest in welke zone we beginnen en die zone verklaren we ‘heilig’. Die plek blijft netjes. We gaan ook steeds terug naar zone 1 om te kijken of het nog opgeruimd is, zelfs als we al zijn aangekomen in zone 4. Daarnaast gebruik ik beslisregels. Bij een nieuwe cliënt mag ik soms alleen de vuilniszak openhouden. Pas als er vertrouwen is, mag ik suggesties doen: “Mag deze stapel kranten weg?” Alles wat ik in de vuilniszak stop, is op basis van die regels.’

Wat doe je als iemand echt niets weg wil doen?

‘Ik gebruik de mag-weg-, de twijfel- en de mag-blijvendoos. Als iets echt niet meer kan, zoals een uiteengescheurd en beschimmeld boek, stel ik voor om het in de twijfeldoos te stoppen. Maar ik probeer uit de discussie te blijven. De ander is altijd creatiever in redenen bedenken om iets te bewaren dan ik. Ik richt me liever op langetermijndoelen: wil je weer een vriend kunnen uitnodigen voor een spelletje? Dan moeten we iets doen aan die bomvolle tafel.’

Het lijkt me ook fysiek en mentaal zwaar voor de begeleider.

‘Je moet je eigen grenzen bewaken. Ik had een casus van iemand die had overgegeven op de vloer en het liet liggen om het te kunnen ‘bestuderen’. Dan moet je jezelf beschermen. Trek handschoenen aan en gebruik kapjes over je schoenen. Sommige begeleiders zijn bang dat dit de band met de cliënt schaadt, maar je geeft een belangrijk signaal: dit is ongezond. Ik kom graag langs, maar ik houd het voor mezelf veilig.’

Is er een verschil tussen verzamelwoede en vervuiling?

‘Ja. Bij verzamelwoede is er een band met de spullen. Vervuiling zie je vaker bij mensen met psychoses of verslaving. Mensen met een verstandelijke beperking zien vaak simpelweg het nut niet van schoonmaken. Soms kun je het iemand ook niet aanleren. Dan moet je het structureel overnemen en bijvoorbeeld een schoonmaker inhuren. Dat is ook een vorm van acceptatie.’

Kan een verzamelprobleem overgaan?

‘Mijn ervaring is dat een verzamelprobleem aandacht vraagt. Vaak bereik je een bepaald punt, maar dat moet je wel goed onderhouden. Daarom is samenwerking zo belangrijk. Met de cliënt, maar ook met naasten, de ggz of de facilitairmedewerkers van Lister. Dit probleem is voor een begeleider te groot om alleen te dragen.’

Opruimtips voor begeleiders

  • Zorg eerst voor veiligheid: maak looppaden en trappen leeg en zorg dat de deuren goed open kunnen. Hang ook rookmelders op.
  • Begin klein: start met een makkelijke plek waar weinig herinneringen aan zitten. Ruim bijvoorbeeld eerst de koelkast op of een klein stukje van het aanrecht. Dat geeft snel een goed gevoel.
  • Gebruik open dozen om te sorteren: zet dozen klaar voor ‘bewaren’, ‘weggeven’ en ‘recyclen’. Gebruik een vuilniszak voor echt afval. Laat de bewoner altijd zelf de spullen in de juiste doos stoppen. 
  • Praat aan het einde van de hulp over gewone dingen, zoals een hobby of het weer. Zo laat je merken dat je de ander als mens belangrijk vindt, en niet alleen let op de spullen.

Bron: Opruimen en ordenen met problematische verzamelaars, Hilde Verdijk, Klazien Lambregtse e.a. Uitgeverij Boom.

Tekst: Sam Dekkers
Beeld: Maartje Kuperus

Lees meer verhalen